Zo beweegt jouw peuter: 4 verrassende inzichten uit het 1-2-3 MOVE! onderzoek
Wist je dat beweging een belangrijke rol speelt in de ontwikkeling van peuters?
Dankzij hun motorische ontwikkeling kunnen jonge kinderen de wereld om zich heen verkennen en ontdekken. Maar hoe verloopt die vroege ontwikkeling precies? En welke rol spelen de thuisomgeving en de kinderopvang daarin?
Het 1-2-3 MOVE! project, een samenwerking tussen UGent, VUB en Arteveldehogeschool zoekt een antwoord op al deze vragen. Met de hulp van verschillende partners, volgden we de ontwikkeling van 400 Vlaamse peuters. Zo kregen we niet alleen inzicht in de motorische ontwikkeling, maar ook in de taal-, cognitieve en sociaal-emotionele ontwikkeling van onze allerkleinsten.
De resultaten leveren waardevolle inzichten op. Zo blijkt dat niet alleen speelmomenten, maar ook dagelijkse routines zoals aankleden, eten of opruimen belangrijke kansen bieden om te bewegen, te leren en nieuwe vaardigheden te ontwikkelen. Ook de thuisomgeving en de kinderopvang spelen daarbij een belangrijke rol.
In deze blog delen we enkele belangrijke bevindingen uit het onderzoek en laten we zien hoe alledaagse momenten kunnen bijdragen aan een gezonde ontwikkeling van jonge kinderen.
Waarom dit onderzoek ertoe doet
De eerste levensjaren zijn cruciaal voor de motorische ontwikkeling. Kruipen, lopen, klimmen, grijpen, bouwen: het zijn niet zomaar spelletjes, maar bouwstenen voor later. Bewegen helpt kinderen niet alleen fysiek sterker te worden, maar draagt ook bij aan taal, denkvermogen en sociaal-emotionele groei.
Toch is er nog veel te ontdekken over hoe peuters binnen hun leefwereld motorische vaardigheden ontwikkelen.
Het 1-2-3 MOVE! project bracht dit voor het eerst grootschalig in kaart. En dat bij meer dan 400 peuters in groepsopvang, gezinsopvang en thuissituaties, over drie meetmomenten verspreid over anderhalf jaar.
4 verrassende inzichten uit het onderzoek
1. Motoriek als centrale schakel
Uit ons onderzoek blijkt dat motoriek een belangrijke schakel is in de ontwikkeling van jonge kinderen. Wanneer een kind beweegt, leert het namelijk veel meer dan alleen een nieuwe motorische vaardigheid. Een baby die naar speelgoed kruipt, ontdekt hoe voorwerpen werken, leert nieuwe woorden en verkent zijn omgeving. Beweging opent zo de deur naar leren, ontdekken en communiceren.
Beweging helpt kinderen bovendien om steeds zelfstandiger te worden. Zelf naar iets toe stappen, speelgoed opruimen of een jas aantrekken geeft kinderen niet alleen nieuwe vaardigheden, maar ook meer zelfvertrouwen. Op die manier draagt motorische ontwikkeling bij aan het algemene welzijn en de brede ontwikkeling van kinderen.
2. Dagelijkse routines zitten boordevol verborgen beweegkansen🧦
Een van de meest opvallende bevindingen is dat de rijkste beweegkansen niet in geplande activiteiten zitten, maar in de dagelijkse routines. Uit gesprekken met kinderbegeleiders en onthaalouders blijkt dat het middagmaal (gemiddeld 4 motorische routines!), het verzorgingsmoment en het buitenspelen de meeste motorische kansen bieden.
Denk aan: zelf je jas uitdoen, eten opscheppen, de trap oplopen, speelgoed opruimen. Elke handeling is een mini-oefening in fijne of grove motoriek. Bij het onthaalmoment en het binnenspeelmoment liggen nog veel onbenutte kansen.
De vertaling naar thuis is eigenlijk heel eenvoudig. Je hoeft geen speciale activiteiten te verzinnen. De beweegkansen zijn er al. Je moet ze alleen leren herkennen en je peuter tijd en autonomie geven om zelf de actie uit te voeren met of zonder de al dan niet nodige hulp.
3. Peuters zijn kleine risico-experts in wording 🧗
Hoe gaan peuters om met fysieke risico's tijdens vrij spelen? We vroegen het aan de ouders en kinderbegeleiders van 51 peuters. De resultaten waren indrukwekkend: de gemiddelde score voor risicobeheersing was 7,5 op 10. De overgrote meerderheid speelde zonder letsels. De enkele die vielen, liepen maximaal een buil op en speelden met minimale troost gewoon verder.
Sommige kinderen vlogen er meteen in. Ze testten creatief alle mogelijkheden, klommen, balanceerden en verlegden hun grenzen. Andere kinderen waren voorzichtiger, keken rond en zochten bevestiging. Na enkele geruststellende woorden gingen ook zij op ontdekking.
Eén vader vertelde na het bekijken van videobeelden: "In het begin zei ik 'die heeft die alertheid nog niet'. En nu, als ik dit allemaal zie, dan denk ik 'ja eigenlijk wel hé'. Dat is eerder wél risicocompetent."
De les is duidelijk. Kinderen zijn van nature competenter dan we vaak denken. Ze leren hun grenzen kennen door te proberen, niet door beschermd te worden tegen elk risico.
4. Elk kind ontwikkelt zich op eigen tempo, en dat is normaal 🌱
Misschien wel het allerbelangrijkste inzicht: er bestaat enorme variatie in hoe kinderen zich ontwikkelen, en dat is helemaal normaal. De ene peuter rent al op 14 maanden, de andere pas op 18 maanden. Beide ontwikkelingspaden zijn gezond.
De onderzoekers benadrukken dat de observaties bedoeld zijn om kinderen beter te begrijpen en te ondersteunen, niet om hen met elkaar te vergelijken. Over het algemeen verloopt de ontwikkeling van de deelnemende peuters zoals verwacht voor hun leeftijd.
7 praktische tips die je vandaag kunt toepassen
Je hoeft geen expert te zijn om je kind meer beweegkansen te geven. Met deze tips maak je het verschil, zonder extra tijd of materiaal.
1. Laat je kind zelf proberen
Jas uittrekken, schoenen aandoen, bord naar de tafel brengen. Het duurt langer, dat klopt. Maar elke poging is oefening in motoriek én zelfvertrouwen.
2. Maak van de trap een oefenmoment
De trap op- en afklimmen, met of zonder hulp, is fantastisch voor evenwicht en coördinatie. Laat je kind de trap zelf nemen wanneer het veilig kan.
3. Schep samen eten op
Laat je peuter zelf eten opscheppen uit een grote kom. Knoeien hoort erbij. Elke beweging traint de fijne motoriek.
4. Geef ruimte om te vallen
Een buil is geen ramp, maar een teken dat je kind zijn grenzen aan het verkennen is. Vervang "Pas op!" door "Hoe ga je dat doen?"
5. Kies voor open materiaal
Blokken, bakken, doeken, kussens: materiaal zonder vaste functie stimuleert creativiteit en motorische exploratie. Minder speelgoed, meer mogelijkheden.
6. Beweeg mee!
Kinderen imiteren volwassenen. Dans samen, kruip door de tuin, klim op de bank. Jouw beweging is hun inspiratie.
7. Geniet van het tempo van je kind
Niet elk kind hoeft de snelste of de sterkste te zijn. Observeer, moedig aan en vier de kleine overwinningen: de eerste puzzel, de eerste sprong, de eerste keer zelf de jas dicht.
Meer weten?
Het 1-2-3 MOVE! project is volop bezig om deze inzichten te vertalen naar praktische tools voor ouders, kinderbegeleiders en gezinsondersteuners. Wil je op de hoogte blijven?
👉 Bezoek onze website: www.123move.be
👉 Volg ons op Instagram en Facebook: @123Move
👉 Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
Samen zorgen we ervoor dat elk kind de kans krijgt om te bewegen, te ontdekken en te groeien, op zijn eigen tempo. 💛

























