Routines: verborgen kansen voor beweging in de kinderopvang
Wanneer we denken aan het creëren en integreren van rijke beweegkansen in de kinderopvang, denken we vaak spontaan aan buiten spelen, georganiseerde bewegingsactiviteiten of uitdagend speelmateriaal. Toch liggen ook binnen de dagelijkse routines tal van mogelijkheden om de motorische ontwikkeling van peuters te ondersteunen. Hiervoor is er vaak geen voorbereiding, extra tijd of materiaal nodig. Binnen ons project gingen we met de deelnemende kinderopvanglocaties in gesprek over de routines die voorkomen tijdens verschillende dagmomenten. Daarbij onderzochten we hoe en wanneer rijke beweegkansen verweven werden in de dagelijkse werking van de opvang.
Meer dan een vast ritme
Wat zijn routines nu precies? Routines zijn vaste en herhaalde manieren van handelen. Ze zorgen voor een houvast doorheen de dag en worden gekenmerkt door verschillende eigenschappen:
Kortom, routines zijn veel meer dan een vast ritme of een verzameling gewoontes. Ze bieden kinderen voorspelbaarheid en veiligheid, ondersteunen hun groei naar meer zelfstandigheid en creëren dagelijks waardevolle kansen.
Wanneer wordt een routine een rijke beweegkans?
Niet elke routine ondersteunt automatisch de motorische ontwikkeling van een kind. In ons onderzoek beschouwden we een routine als motorisch ondersteunend wanneer:
de routine een fijne of grove motorische vaardigheid vereiste;
de peuter de handeling zelf uitvoert;
de peuter indien nodig ondersteuning krijgt, maar toch actief betrokken blijft.
We illustreren dit aan de hand van een eenvoudig voorbeeld tijdens het middagmaal. Wanneer een peuter zelf groenten uit een serveerschaal mag opscheppen, oefent het kind op fijne motorische vaardigheden. Wanneer een begeleider of ouder deze taak volledig overneemt, verdwijnt die oefenkans. De routine is wel gebeurd, maar biedt op dat moment geen motorische uitdaging voor het kind.
Er is niet één juiste manier
Wanneer we kijken naar beweegkansen tijdens routines, kunnen we ze plaatsen op een continuüm. Aan de ene kant voert de kinderbegeleider alle handelingen uit voor het kind. Aan de andere kant voert het kind alle handelingen zelfstandig uit. Tussen deze twee uitersten bevinden zich verschillende gradaties van ondersteuning, waarbij kinderen bepaalde stappen zelf uitvoeren en voor andere stappen hulp krijgen.
Let op, het is niet het doel om elke routine zo ver mogelijk naar de rechterkant van het continuüm te verschuiven. Sommige handelingen vragen meer ondersteuning door bijvoorbeeld de leeftijd van het kind, ontwikkelingsniveau, groepswerking, veiligheidsaspecten of andere praktische omstandigheden. En dat is helemaal oké. Het gaat vooral om een bewust evenwicht zoeken tussen ondersteunen en ruimte geven tot zelfstandigheid.
Tegelijkertijd nodigt dit continuüm uit tot reflectie. Kies een dagmoment (vb. het verzorgingsmoment) en stel jezelf volgende vragen:
Welke handelingen doe ik, maar zouden de kinderen misschien al zelf kunnen?
Wat kunnen de kinderen nog niet zelf?
Wat kunnen ze wel zelf, maar hebben daarvoor een beetje ondersteuning voor nodig?
Vanuit dit continuüm onderzochten we hoe routines in de deelnemende kinderopvanglocaties werden benut voor het bieden van beweegkansen aan jonge kinderen.
Wat leerden we uit de gesprekken met kinderbegeleiders?
Tijdens de bezoeken aan kinderopvanglocaties brachten we routines in kaart binnen zeven dagmomenten. We onderzochten daarbij welke handelingen kinderen zelf uitvoeren en welke handelingen door de begeleiders worden gedaan.
De resultaten tonen dat het aantal beweegkansen verschilt tussen dagmomenten. Zo werden tijdens sommige dagmomenten meer beweegkansen waargenomen dan tijdens andere. Daarnaast bleek er een grote variatie te bestaan tussen kinderopvanglocaties in het aantal beweegkansen dat werd aangegeven. Dit is interessante info. Het toont dat kinderopvanglocaties elkaar kunnen inspireren rond welke handelingen kinderen zelf kunnen uitvoeren, eventueel met de nodige ondersteuning. Op die manier kunnen we samen werken aan meer rijke beweegkansen voor elk kind. Hieronder bespreken we de resultaten voor zowel grove als fijne motorische vaardigheden.
Voor grove motorische vaardigheden werden de meeste beweegkansen opgelijst tijdens het buitenspeelmoment en het verzorgingsmoment. Tijdens het onthaal, binnenspel en snackmoment werden gemiddeld minder kansen opgelijst. Niet alle momenten nodigen evenveel uit tot grove motorische vaardigheden. Sommige momenten duren ook langer dan andere, wat ervoor zorgt dat er automatisch meer handelingen gebeuren tijdens zo’n moment.
Voor fijne motorische vaardigheden sprong vooral het middagmaal eruit als een kansrijk dagmoment. Tijdens dit dagmoment mochten kinderen gemiddeld de meeste handelingen zelf uitvoeren, denk vooral aan zelf opscheppen, zelf eten, bestek sorteren, bekers stapelen, … Andere dagmomenten lieten minder van deze handelingen zien, wat niet noodzakelijk betekent dat er kansen ontbreken. De resultaten tonen vooral dat kinderopvanglocaties elkaar kunnen inspireren.
Kleine aanpassingen, groot verschil
Het voordeel aan beweegkansen bieden tijdens dagelijkse routines is dat het een activiteit is op zichzelf zonder extra voorbereidingstijd! Vaak zit de winst in kleine aanpassingen: een kind zelf zijn jas laten uittrekken, een bord laten afruimen of materiaal laten wegbrengen. Zulke handelingen lijken misschien een klein effect te hebben, maar bieden doorheen de dag heel wat kansen om motorische vaardigheden verder te ontwikkelen.
Om kinderbegeleiders hierbij te ondersteunen, ontwikkelden we een praktische reflectietool over rijke beweegkansen tijdens dagelijkse routines. De tool vertrekt vanuit zeven dagelijkse dagmomenten en bevat voorbeelden van routines die fijne en/of grove motorische vaardigheden vereisen. Alle voorbeelden zijn gebaseerd op de input uit gesprekken met onze deelnemende kinderopvanglocaties.
Denk alleen of samen met jouw team na over welke handelingen kinderen tijdens een specifiek dagmoment vandaag al uitvoeren, welke kansen er nog liggen en welke barrières je daarbij in de praktijk ervaart.
De oefening onderscheidt drie categorieën:
Good practices: handelingen die kinderen tijdens een dagmoment vandaag al zelfstandig uitvoeren.
Kansen: routines die haalbaar lijken om meer door kinderen te laten uitvoeren. Laat je inspireren door de handelingen uit andere kinderopvanglocaties.
Barrières: routines die momenteel moeilijk realiseerbaar zijn, en de redenen waarom.
Het doel is niet om kinderen alles zelfstandig te laten doen. Wel willen we professionals stimuleren om bewust stil te staan bij welke handelingen kinderen, rekening houdend met hun leeftijd en mogelijkheden, meer zelf kunnen uitvoeren binnen de eigen werking.
De link naar onze reflectie routine tool kan je hier (Tool - Routinekaartjes.pdf) terugvinden. Op de eerste pagina staat uitgelegd hoe je hiermee aan de slag kan gaan, neem deze dus zeker goed door.
